De persoonlijke parkeertest

Onlangs moest ik met mijn auto naar de garage. Mijn rechter koplamp deed het niet meer en in deze steeds donker wordende dagen leek mij dat een probleem om snel te verhelpen. Een aantal maanden geleden zijn wij naar een andere stad verhuisd en sinds die verhuizing had mijn auto eigenlijk nog geen kuren vertoond. Tot dit moment, dus het werd nu tijd om op zoek te gaan naar een garagebedrijf in de buurt. Ik vond er één – nou ja, Google Maps vond er één – op een paar honderd meter afstand van ons huis. Het bleek een garagebedrijfje te zijn verstopt tussen huizen en bomen. Kennelijk reed ik hier al maanden dagelijks voorbij, maar nooit eerder was het mij opgevallen dat hier een garage zat. Het bleek vrijwel direct dat een dergelijk verstopt buurtbedrijfje naast de onvindbaarheid zo de nodige nadelen heeft. Zo bleek het oprijden van het erf een soort slalomtest van hoog niveau te zijn waarbij er secuur om strak geparkeerde auto’s heen gemanoeuvreerd moest worden voordat je de achterliggende parkeerplaats bereikt had. Als een soort prijs dat je de eerste test had doorstaan. Deze parkeerplaats echter was minstens net zo krap als de oprit en de meeste plekken waren vol. Op twee na. Aangezien het mijn voorlamp was die vervangen moest worden, leek het mij handig om mijn auto achteruit in te parkeren zodat de monteur er goed bij kon. Dit betekende achteruit in een heel krap plekje steken tussen een gloednieuwe Audi A6 en een moeilijk model BMW. Toen ik hiertoe besloot leek het een goed idee, maar toen ik mijn versnelling in z’n achteruit zette en de situatie nogmaals analyseerde borrelde vanuit mijn buik het gevoel omhoog van ‘kak’. Waarom doe ik dit? Maar, ik had de monteurs al eens zien kijken en ik voelde dat ik in de gaten gehouden werd. Ik ken de vooroordelen over vrouwen en inparkeren en ik kreeg plots een enorme drang om het tegendeel te bewijzen. Ik zou wel even laten zien hoe goed ik dat inparkeren onder de knie heb. Ik draai mijn hand daar doorgaans ook niet voor om en beschouw mijzelf als een goede coureur. Mijn auto is niet bepaald van het formaat slee, dus dit plekje moest toch lukken. En daar ging ik. Naar voor en naar achter. Weer naar voor, stukje naar achter. Terug naar voor, rustig naar achter. Ondertussen steeg de temperatuur in de auto en begon mijn rug licht te zweten. Ik kan dit, ik kan dit, herhaalde ik als een mantra. Eén van de monteurs had al eens zijn hoofd om de hoek gestoken om te kijken of het allemaal goed ging. Ik hield mijn gezicht in de plooi en keek hem aan met mijn meest stoïcijnse maak-mij-de-pis-niet-lauw-blik. Dat werkte, want hij verdween weer naar binnen. Hop en daar ging ik weer. Naar voor en naar achter. Naar voor en naar achter. In mijn hoofd verscheen ondertussen het horrorbeeld van de monteurs die gierend van het lachen over de grond rolden en elkaar snikkend van plezier op de schouders sloegen want gut gut daar heb je er weer één. Inmiddels ontstond er condens op mijn snor en begonnen mijn oksels te prikken van de oplopende warmte. En met elke steek die ik zette, leek ik geen bal op te schieten. Stond ik aan de ene kant goed, was de andere kant te krap en andersom. Ik kreeg het vermoeden dat deze parkeerplaatsen expres zo krap gemaakt waren dat men eindeloos moest steken, als leedvermaak voor het personeel. Een verzetje op de lange, saaie dagen van olie verversen en APK keuringen. Mijn lichte paniek sloeg over in woede en in een heel natuurlijke flow kwamen de meest verrassende krachttermen mijn mond uit drijven terwijl ik ogenschijnlijk bleef lachen. Het masker alles onder controle te hebben hield ik stevig op. Ik zou hoe dan ook niet het lachertje van de dag worden. Na de zoveelste poging om mijn Swiftje in dit krappe plaatsje te prakken hield ik het voor gezien en scheurde rechtdoor in een nog vrije plaats die ik in al mijn uitsloverigheid had gemist. Ik stond nu weliswaar niet heel handig voor de monteur, maar ik besloot dat hij daar maar omheen moest werken. Eenmaal uitgestapt was de koele buitenlucht een verademing op mijn rood aangelopen gezicht. Mijn knieën voelden nog wat slappig, maar toen ik naar mijn auto keek was ik zeer tevreden over mijn uiteindelijke parkeerkeuze. Totaal in control liep ik vervolgens de werkplaats binnen waar de monteurs rustig aan het werk waren. Geen gedept lachtraantje te bekennen, geen onderdrukt gieren van plezier, maar serieuze blikken en de vraag wat ze voor mij konden betekenen. De hele scène had zich in mijn hoofd afgespeeld en was een gevecht geweest tussen mijzelf en mijn overtuiging iets te kunnen waarvan nu duidelijk was dat dat niet het geval was. Pijnlijk, maar verhelderend. De vriendelijke monteur verving mijn lampje en rekende daar het kleinste prijsje ooit voor. Tevreden stapte ik na 5 minuten weer in mijn volledig belichte auto en manoeuvreerde uit het plekje (twee keer steken, viel mee), slalomde de oprit af en draaide soepel de openbare weg op. Toch niet gek zo’n buurtbedrijfje. Voor herhaling vatbaar.

DSCF3943.jpg

Koffie drinken?

Ben jij ook op zoek naar iemand die een vlotte tekst, artikel of advertorial voor je kan schrijven? Neem dan contact met mij op. Onder het genot van een virtuele kop koffie leren we elkaar kennen en bespreken we de mogelijkheden.

"Juno Schrijft kan als tekstschrijver en verslaggever op tekstueel gebied veel voor je betekenen. Een mooi verpakte reclame? Laat mij een advertorial voor je schrijven"
 
  • Instagram
  • Black LinkedIn Icon